GILDE SINT SEBASTIAAN
© 2015 Gilde Sint Sebastiaan Oirschot

De Caert van Gilde Sint Sebastiaan Oirschot uit 2003 (2)

DE OVERHEID  Artikel 8  1. De overheid bestaat uit minimaal zeven leden, waaronder een hoofdman, twee hoofdmansdekens, een rentmeester, een archivaris en twee koningsdekens. De leden van de overheid worden voor twee jaar gekozen door de algemene ledenvergadering. Op basis van traditie danwel geleverde prestatie zijn daarnaast keizer, koning, oud-koning met de beperking als beschreven in artikel 13 lid 5c, vaandrig, tamboer en standaardrijder lid van de overheid. Leden van de overheid kunnen alleen zijn meerderjarige, werkende leden die minstens twee jaar als werkend lid staan ingeschreven, met dien verstande dat de feitelijke samenstelling van de overheid altijd dusdanig dient te zijn dat tenminste twee/derde gedeelte van de leden van de overheid geen bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, gehuwd of (geregistreerd) samenwonend is. 2. De algemene ledenvergadering kan een lid van de overheid te alle tijde ontslaan of schorsen, indien zij daartoe termen aanwezig acht. Voor een besluit daartoe is een meerderheid vereist van tenminste twee/derde der geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste twee/derde der stemgerechtigde leden aanwezig zijn. 3. Het lidmaatschap van de overheid eindigt voorts:                a.   door overlijden;                b.   door verlies van het lidmaatschap van het gilde;                c.   door terugtreden uit de overheid. Artikel 9 1.   Elk gekozen lid van de overheid treedt twee jaar na zijn verkiezing af, volgens een door de overheid op te maken en in het reglement vast te leggen rooster. De aftredende is terstond herkiesbaar. Tussentijds gekozen overheidsleden nemen op het rooster van aftreden de plaats van hun voorganger in. 2.   De benoeming van overheidsleden geschiedt uit een of meer bindende voordrachten. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel de overheid als vijf of meer stemgerechtigde leden. De voordracht van de overheid wordt bij de oproeping voor de vergadering medegedeeld. Een voordracht van vijf of meer stemgerechtigde leden moet uiterlijk achtenveertig uur vóór de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de overheid zijn ingediend, voorzien van de schriftelijke akkoordverklaring van de betrokken kandidaat. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene ledenvergadering, waarin tenminste twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Artikel 10 De overheid is belast met het besturen van het gilde. Onverminderd het hierna bepaalde is de overheid bevoegd tot alle rechtshandelingen. De overheid is na voorafgaande goedkeuring van de algemene ledenvergadering bevoegd in naam van de leden rechten en verplichtingen aan te gaan. De overheid is, mits met goedkeuring van de algemene ledenvergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, alsmede tot het sluiten van overeenkomsten waarbij het gilde zich als borg of hoofdelijk medeschuldenares verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door of tegen derden beroep worden gedaan.De overheid behoeft eveneens goedkeuring van de algemene ledenvergadering voor besluiten tot:  1.   het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen, een bedrag van een zodanige grootte als jaarlijks door de algemene ledenvergadering vast te stellen, te boven gaande, zulks onverminderd het in de vorige volzin en het hierna onder 2 van dit artikel bepaalde; 2.   a.   het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van       registergoederen of roerende zaken;        b.   het aangaan van overeenkomsten waarbij aan het gilde een bankkrediet wordt verleend;        c.   het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder       niet is begrepen het gebruikmaken van een aan het gilde verleend bankkrediet;        d.   het aangaan van vaststellingsovereenkomsten;        e.   het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met       uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die       rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden;        f.    het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten. 3.   Veranderingen aan onroerende zaken van het gilde kunnen alleen worden aangebracht door een door de overheid hiertoe ingediend voorstel dat door de algemene ledenvergadering moet worden aangenomen in een vergadering waarin minimaal drie/vierde van het totaal aantal stemgerechtigde leden aanwezig is en met een meerderheid van tenminste vier/vijfde der geldig uitgebrachte stemmen. 4.   Op het ontbreken van de goedkeuring als bedoeld in de leden 1 en 2 kan door- en tegen derden geen beroep worden gedaan. Artikel 11 1.   De Overheid beslist met een gewone meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin de meerderheid van de in functie zijnde overheidsleden aanwezig is. 2.   Tenzij de meerderheid van de overheid anders beslist, geschiedt stemming over zaken mondeling en over personen bij ongetekende gesloten en niet van op- of aanmerkingen voorziene stembriefjes. Ieder ander stembriefje is ongeldig. Blanco stemmen en andere ongeldige stemmen worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd. Bij staking van de stemmen is de stem van de koning beslissend. De stemprocedure wordt in het reglement nader uitgewerkt. Artikel 12 a.   Het gilde wordt - onverminderd het in artikel 10 bepaalde - vertegenwoordigd door de       hoofdman en de rentmeester tezamen. Ingeval van belet of ontstentenis van een van hen       treedt in zijn plaats op de conform artikel 13 aangewezen vervanger. Ingeval geen       vervanger als bedoeld in artikel 13 is aangewezen alsmede ingeval van belet of       ontstentenis van ook deze vervanger treedt in plaats van het afwezige of verhinderde       overheidslid op een door de overheid uit zijn midden aan te wijzen ander overheidslid. b.   De overheid kan onder haar verantwoordelijkheid commissies instellen. Deze commissies       zullen periodiek verantwoording afleggen aan de overheid, waarna de overheid       verantwoording af zal leggen aan de algemene ledenvergadering. In het reglement wordt       de verantwoordingsplicht van de commissie aan de overheid en van de overheid aan de       algemene ledenvergadering nader uitgewerkt. FUNCTIONARISSEN: RECHTEN EN PLICHTEN  Artikel 13 1.   De Hoofdman       a.   De hoofdman is erkend hoofd van het gilde.       b.   De hoofdman is voorzitter van de overheid, brengt de ingekomen stukken ter tafel en       draagt zorg dat alle genomen besluiten worden uitgevoerd.       c.   De hoofdman zal zoveel mogelijk de eensgezindheid onder de gildenbroeders handhaven en       bewaren. 2.   De Hoofdmandekens       a.   De oudste in functie zijnde hoofdmandeken vervangt de hoofdman bij diens afwezigheid.       b.   De hoofdmandekens assisteren de hoofdman in alle bestuurlijke en organisatorische       belangen van het gilde. 3.   De Koning       a.   De koning is erkend schuttershoofd van het gilde en wordt volgens traditie als zodanig lid          van de overheid.       b.   De koning representeert met de hoofdman het gilde bij alle voorkomende gelegenheden       (waaronder niet is te verstaan de vertegenwoordigingsbevoegdheid bedoeld in artikel 12).       c.   De koning heeft bij het staken der stemmen de beslissende stem.        d.   De koning is verantwoordelijk voor de goede orde bij het schieten, zoals omschreven in het       reglement.        e.   De koning geniet vrijheid van contributie en boeten.        f.    De koning heeft het recht tot het oproepen of het doen oproepen van een algemene       ledenvergadering, welk recht in het reglement verder wordt uitgewerkt.        g.   De koning heeft het voorrecht bij het koningschieten de boom "te vrijen" met een schot en       zal daarna als eerste schutter een serie van drie schoten lossen, met het recht eveneens       als laatste schutter een tweede serie te schieten. De koning mag de beste van beide series       rekenen.        h.   De koning is verplicht binnen een jaar het gilde te vereren met een zilveren schild, waarop       zijn naam staat en het jaar van het koningschieten.        i.    De koning is verplicht eveneens binnen het jaar het gilde te onthalen op bier. 4.   De Keizer       a.   Schiet de koning voor de derde maal achtereen de titel, dan is hij keizer. Daarna wordt       direct een nieuwe koning geschoten. De keizer wordt volgens traditie als zodanig lid van de       overheid.       b.   De keizer representeert met de koning en de hoofdman het gilde bij alle voorkomende       gelegenheden (waaronder niet is te verstaan de vertegenwoordigingsbevoegdheid bedoeld       in artikel 12).       c.   De keizer heeft evenals de koning het recht tot het oproepen of doen oproepen van een       algemene ledenvergadering, welk recht in het reglement verder wordt uitgewerkt.       d.   De keizer geniet vrijheid van contributie en boeten.       e.   De keizer mag bij het koningschieten de boom mede bevrijden met een schot.       f.    De keizer is verplicht binnen een jaar het gilde te vereren met een goud opgelegd zilveren       schild, waarop zijn naam en het jaar van keizerschieten zijn aangebracht.       g.   De keizer is eveneens verplicht binnen een jaar het gilde te onthalen op dubbel bier. 5.   De Koningsdekens       a.   De koningsdekens assisteren de koning en de rentmeester bij de algehele organisatie van       alle schietevenementen.       b.   Een van de koningsdekens vervangt voor wat betreft het gestelde onder artikel 13, lid 3b       de koning in geval van diens afwezigheid.       c.   De overwonnen koning wordt voor een periode tot en met het eerstvolgende                  koningschieten waarbij sprake is van een overgang van de koningstitel van de regerend       koning naar een ander lid van het gilde, lid van de overheid in de hoedanigheid van       koningsdeken. 6.   De Rentmeester       a.   De rentmeester zal als zijnde de secretaris-penningmeester van het gilde, de volledige       administratie behartigen en alle financiële zaken van het gilde beheren.       b.   De rentmeester is verantwoordelijk voor de onder zijn beheer zijnde gelden.       c.   De rentmeester administreert en regelt met de koning en de koningsdekens het       koningschieten, prijsschieten en alle andere schietoefeningen. 7.   De Vaandrig       a.   De vaandrig wordt volgens traditie uit hoofde van zijn functie lid van de overheid.       b.   De vaandrig is verplicht, volgens de oude bestaande gebruiken, het gildenvaandel te       zwaaien bij gelegenheden zoals nader in het reglement omschreven staan.       c.   De vaandrig vergezelt het gilde bij iedere gelegenheid binnen als buiten de plaats en stelt       zich met het gildenvaandel in de optocht mede aan het hoofd van het gilde. 8.   De Standaardrijder       a.   De standaardrijder wordt volgens traditie uit hoofde van zijn functie, lid van de overheid.       b.   De standaardrijder zal te paard aan het hoofd van de stoet de weg banen voor het gilde.       c.   De standaardrijder brengt bij het koningschieten onmiddellijk en zo snel mogelijk de blijde       tijding van de nieuwe koning over aan diens woonhuis, opdat de familie zich op de hoge       ontvangst van koning en gilde kan voorbereiden.  9.   De Tamboer        a.   De tamboer wordt volgens traditie uit hoofde van zijn functie lid van de overheid.        b.   De tamboer is verplicht de trom te roeren bij alle gelegenheden zoals in het reglement       bepaald wordt.        c.   De tamboer heeft van ouds de eervolle plaats in de gildenstoet achter de standaard en voor       het gildenvaandel. 10. De Archivaris        a.   De archivaris beheert het archief van het gilde evenals de bezittingen van het gilde, zoals       nader omschreven in het reglement.        b.   De archivaris waakt voor handhaving van de oude gildengebruiken.        c.   De archivaris adviseert het gilde inzake geschillen betreffende de Caert en het reglement.  11. De Knegt        a.   De knegt is geen lid van de overheid.        b.   De knegt is verplicht de taken te vervullen zoals in het reglement zijn bepaald.        c.   De knegt heeft zekere rechten, welke mede in het reglement omschreven staan. Doorklikken naar de volgende pagina
CAERT