LIDMAATSCHAP en INSTALLATIE
In de caert (statuten) wordt aangegeven hoe men het lidmaatschap van het
Sint Sebastiaansgilde Oirschot kan verwerven. Met het vaststellen van de
nieuwe caert in 2003 is tevens vastgelegd, dat
alleen tijdens Sint Sebastiaansdag (3e maandag van januari) nieuwe leden
worden geïnstalleerd. Achterliggende gedachte is, dat de waardigheid van
de installatie wordt vergroot door die op deze hoogtijdag te laten
plaatsvinden. De installatie is voor een gildenbroeder, en voor ons gilde,
hét moment waarop betrokkene volledig in het gilde wordt opgenomen. Die
volledigheid uit zich, doordat pas ná de installatie de sjerp mag worden
gedragen. Om de installatie goed te laten verlopen is een procedure
opgesteld.
Te volgen regels bij de installatie:
1. De installatie vindt plaats direct na opening van de
feestvergadering op Sint
Sebastiaansdag.
2. De hoofdman stelt zich op voor de tafel van de overheid.
3. De te installeren gildenbroeder wordt door de hoofdman
gevraagd naar voren te
komen, alwaar de te installeren
gildenbroeder zich tegenover de hoofdman
opstelt, voor de tafel van de overheid.
Vanuit de zaal bezien staat de hoofdman
links en de te installeren gildenbroeder
rechts opgesteld.
4. De hoofdman roept de vaandrig op om zich met het vaandel
aan de voet op te
stellen aan de rechterzijde van de te
installeren gildenbroeder. De vaandrig stelt
zich dus het dichtst op bij de tafel van
de overheid.
5. Alle aanwezige gildenbroeders krijgen van de hoofdman het
verzoek om tijdens
de installatie te gaan staan.
6. De hoofdman vraagt de te installeren gildenbroeder om met
zijn rechterhand het
gildenvaandel vast te pakken.
7. De hoofdman leest de gilde-eed
voor, die door de te installeren gildenbroeder
wordt herhaald. Na volledige aflegging
van de eed, mag de geïnstalleerde
gildenbroeder het vaandel los laten. De
vaandrig blijft met het vaandel aan de
voet staan.
8. De hoofdman omhangt de geïnstalleerde gildenbroeder met
de sjerp en over-
handigt hem twee gildenboeken
(uitgave 1981 en 1996).
9. De hoofdman geeft de geïnstalleerde gildenbroeder de
gelegenheid om een kort
dankwoord uit te spreken naar de
aanwezige gildenbroeders.
10. De hoofdman verzoekt de vaandrig om het vaandel weg te zetten en
zich weer te
voegen in de overheid. Tevens geeft de
hoofdman de aanwezige gildenbroeders
de gelegenheid om de geïnstalleerde
gildenbroeder te feliciteren.
11. Na de felicitaties verzoekt de hoofdman alle gildenbroeders weer
plaats te
nemen, zodat de feestvergadering kan
worden hervat.
< terug