GILDE SINT SEBASTIAAN
© 2015 Gilde Sint Sebastiaan Oirschot
27-08-2005 Het testament van Bas In de nazomer van 1951 nam ons gilde deel aan een gildenfeest ergens op de dorpen, en op terugweg naar huis belandden verschillende gildenbroeders bij café Juliana in Oostelbeers. Daar was een barak-concours aan de gang, met als hoofdprijs: een big. Door slim handelen van de rest, toen Theo Princée op zeker moment het hoogste aantal punten had, wonnen ze het varken. Theo schonk de big aan het gilde en Narris Roozenkrans nam het op zich om hem vet te mesten voor de teerdag van 1952. Op zaterdag 12 januari 1952, enkele dagen vóór het patroonsfeest, werd het varken met veel omhaal geslacht. Eerst werd hij door het voltallige gilde, met slaande trom en vliegende vaandels voorop, op een platte wagen in optocht naar de slachterij achter gildehuis Princée gebracht. Ter plaatse aangekomen werd hij omhangen met het koningsblazoen, hield hoofdman Jan Peeters een toespraak, en las hij het testament van het varken voor. Deze toespraak en het testament zijn bewaard gebleven. De toespraak van Jan Peeters: ‘Heden, den 12de Januari O.H. 1952. In tegenwoordigheid van de leden van het gilde Sint Sebastiaan Oirschot, opgericht in het grijs verleden, ter bescherming van Kerk en Heer, Huis en Haard, hier in vergadering bijeen, onder leiding van hoofdman Peeters, Joannes, Josephus, Maria en onder regering van Zijne Majesteit Koning Cees Smits I, in het vierde jaar van zijn koningschap, doet kondt, dat het varken, genaamd Bas Prins tot Rozenkrans vice versa, enz. enz., sedert een half jaar eigendom van onze gilde, om zijn uitzonderlijke kwaliteiten benoemd wordt tot buitengewoon lid van onze gilde gedurende zijn verdere leven. Hij zal nu reeds den heldendood sterven tot heil van al de levende leden van ons gilde. Het vonnis zal worden voltrokken door Zijne Majesteit de Koning! Bas! Hier staat Gij nu voor ons. Met gerechtvaardigde trots zien wij allen op U neer. Als ware gildebroeder hebt Gij bewezen, dat Gij op tijd Uw nat en droog niet versmaadt. Thans valt U de eer te beurt voor Uw broeders te mogen sterven. Doet het met liefde. Gedraag U waardig. Spartel niet tegen. Een goed varken geeft zijn leven voor zijn broeders. Vaartwel!! Wij allen zijn U dankbaar voor het offer van Uw leven!’ Het testament van Bas het varken (Bas spreekt nu): ‘Beste Gildebroeders! Nu ik mijn leven geef voor jullie allen is mijn laatste wilsbeschikking deze: Ik benoem tot executeur-testamentair Joannes Josephus Maria Peeters. Deze zal er zorg voor dragen dat mijn lichaam eerlijk wordt verdeeld. Ten 1ste: Ik, Bas Prins tot Rozenkrans, schenk mijn carbonade aan den Hoogeerwaarde Heer Deken; Ten 2de: Mijn rechterham aan Ere-voorzitter Burgemeester Steger; Ten 3de: Verder vermaak ik aan Leonardus Roozenkrans, gildebroeder bij uitstek, een gedeelte door               hem zelf te kiezen; Ten 4de: Ik schenk aan Jan Peeters, Hoofdman, mijn tong; Ten 5de: Verder vermaak ik aan Theo Princée het schoonste wat ik bezit: mijn hart; Ten 6de: Verder legateer ik mijn blaas aan Gildebroeder Theo van de Loo ter vervanging van de zijne,               die te klein van maaksel is om al het gildebier te bevatten; Ten 7de: Ik legateer aan Koning Cees Smits mijn pisserik als bijzondere blijk van mijn erkentelijkheid               voor de korte doodstrijd die hij mij moet laten doorstaan; Ten 8ste: Verder schenk ik al mijn knopen aan Jan van der Schoot wegens zijn bijzondere verdiensten               door hem betoond met ons landjuweel; Ten 9de: Als een bijzonder legaat vermaak ik de inhoud van mijn darmen aan de heer P. Schilders te              Moergestel. Ik wens, dat zodra ik op de leer hang, dat secretaris Piet Wagemans een fles  oude klare haalt, welke door de gildebroeders zal geledigd worden op mijn  heldhaftig afsterven. Het overige moet onder elkaar broederlijk verdeeld en opgegeten worden; al wie  mijn laatste wilsbeschikking in de wind slaat, zal, zodra hij van mij eet,  onpasselijk worden. Aldus opgemaakt onder getuigen, Oirschot, den 9de Januari 1952.’ ‘Majesteit doe thans Uw plicht.  Het offer staat voor U. Hanteer het mes met vaste hand. Deins niet terug! Wees dapper tot het uiterste! Ik verzoek U het vonnis te voltrekken.’  (Dit hele verhaal staat ook uitvoerig te lezen in het boek ‘Verguld met de Guld’  op pag. 102 e.v.)
UIT DE OUWE DOOS