Bijna niemand leest middeleeuwse teksten. Waarom zou je ook. De taal is nauwelijks te begrijpen. En het zijn veelal verhaaltjes over ridders en jonkvrouwen. Of avonturen van nonnen en monniken, met de duivel of met elkaar. En kluchten, waarin door onnozele typen gescholden en gevreeën wordt. Een is echter de moeite waard om kennis van te nemen; juist nu. En wel van een tekst van bijna 300 regels op rijm over het “Gilde van de Blauwe Schuit”. Hierin worden, in de vorm van een soort caert, allerlei typen uitgenodigd om te komen brassen en vrijen.
Verlopen adel, verwende rijkeluiszoontjes, vraatzuchtige monniken, hitsige nonnen en nog veel meer worden aangespoord om het gilde luister bij te zetten. En dat gebeurt allemaal ter gelegenheid van de vastenavondviering, tegenwoordig zeggen we carnaval. Dat gilde met haar vrolijke en soms liederlijke leden is een verbeelding, die destijds opgevoerd werd door de feestvierders zelf die in vermomming de genodigden voorstellen. En ze rijden met hun schuit op wielen weg uit de geordende samenleving.
Op basis van een proefschrift gewijd aan de middeleeuwse tekst “gilde van de blauwe schuit”, is een neerlandicus zo’n 40 jaar geleden gepromoveerd. Ik laat het aan de lezer om de redenen te bedenken voor het zetten van dit bericht over enthousiaste drinkers op deze website.

Weet u overigens dat in het archief ook een oorspronkelijke middeleeuwse tekst ligt. Niet in de vorm van, maar juist van de caert van ons gilde uit 1531. Nieuwsgierig? Helaas zult u even moeten wachten op de echte versoepeling van de coronamaatregelen om die tekst te zien. Als we weer verantwoord kunnen feesten en niet zelf de slingers hoeven op te hangen, is iedereen op vrijdagmiddagen welkom in het archief, Sebastiaanskamer genoemd, in de Dekanijstraat.